Waar kan ik jou vinden...


 

Waar kan ik jou vinden…

Hoewel je onomstotelijk warm en geborgen geboren werd uit mijn eigen schoot, hoewel je gegroeid ben in de veilige kom van mijn heupbotten en gevoed bent met mijn bloed en de zuurstof die ik inademde, hoewel je al een decennium dicht bij mij bent, lijken we niet over het vermogen te beschikken elkaar echt te begrijpen.

Ik ben gegroeid in woorden, gevormd door zinnen en metaforen, gedragen door een taal die uit mijn handen durft te vloeien wanneer emoties het overnemen. Ik hang mijn identiteit op aan beschouwingen over mezelf, de wereld, mijn hart en de ratio en ik probeer het onbevattelijke in het woord op wit papier te vangen. Taal is wat me verbindt. Maar hoe verbind ik mij dan met jou, mijn kind? Voor jou is taal functioneel en praktisch, er zijn geen begrippen in je hoofd voor wat je hart en je buik wel kunnen voelen. Jouw taal is letterlijk, woordelijk en feitelijk.

Waar kan ik jou vinden wanneer we niet dezelfde taal spreken?


Waar kan ik je vinden... 

... in de dikke mistwolk die de ASS-diagnose ons huis en hoofd heeft binnen gebracht? Ik zoek je in het spel dat je het liefste speelt. In jouw wereld bestaat geen grijs, zijn alle kanten zwart en wit en is het pad naar het doel scherp afgesneden. Er is geen willekeur, geen plaats voor het verliezen in het moment, geen plaats voor goed genoeg, bijna of ongeveer. Ik kijk naar het schaakbord, maar kan je met mijn zetten nauwelijks bereiken. Ik zie het grijs tussen de vlakken, leef van zet tot zet terwijl jij al heel lang hebt gezien dat het leven je in nauwelijks twintig zetten ook schaakmat kan zetten. 

Waar kan ik jou vinden wanneer we niet dezelfde spelregels hebben meegekregen? 


Waar kan ik jou vinden...

Als het leven in het hier en nu zo onduidelijk is dat je hoofd er van gaat razen, probeer ik je blik te vangen in het spiegelbeeld van het digitale alternatief waar jij wel tot rust kan komen. Je blik is rustig, vastberaden. De opdracht is ook simpel en eenduidig. Je voert één taak uit, brengt die tot een goed einde en je kan zonder kleerscheuren door naar de volgende. En zo niet, dan probeer je dat gewoon opnieuw. Het leven buiten het scherm heeft geen herkansingen, of dat doen we ons met alle geweld geloven. Het leven buiten het scherm is lastig, dat benoem je zo vaak zelf. Leven is moeilijk, zeg je dan. En hoewel ik weiger te aanvaarden dat dit zinnetje komt uit het zachte, stormachtige hoofd van mijn elfjarig kind, kan ik er niks tegenin brengen. Het leven ís moeilijk, wanneer de mensen links spreken, maar rechts gaan, wanneer een ja niet meteen een ja zal zijn, maar meestal zelfs een nee, wanneer 'goed' het meest lege en onware antwoord is dat mensen je geven. 

Waar kan ik jou vinden wanneer zelfs je spiegelbeeld troebel lijkt door de tranen achter onze ogen? 


Waar kan ik je vinden...

Op de fiets waar jij mee door het leven fietst, is geen plaats voor twee. Op de mijne ook niet, dat geef ik je graag toe, maar ik heb tenminste nog twee wielen en - nog veel belangrijker - een degelijk stuur. Ik kan de richting van mijn bestaan vrij vlot kiezen. Jouw fiets is veel moeilijker, vraagt een grenzeloos vertrouwen en de kracht om evenwicht te vinden op labiele fundamenten. Ik bewonder je, gewoon omdat je dat kan, omdat dat je lukt. Zelfs met een rugzak vol stenen verdriet en een hoofd vol gitzwart metaal. Het lukt je, mijn zoon, het lukt je. En ik fiets niet samen met jou, maar ik ben in de buurt. Een beetje voorop, maar altijd in de buurt.

Waar kan ik jou vinden wanneer de snelheid van onze fietsen niet op elkaar af te stemmen lijkt? 


Waar kan ik jou vinden...

Er is één plaats waar ik niet wil zijn, en dat is in jouw hoofd. Ik wil je leren kennen, je begrijpen, weten wie je bent en bevestigd zien wat we allemaal voor je voelen. Je zachtaardigheid aaien, je doorzettingsvermogen aan de spierballen voelen en je kracht meten. Ik wil dat jij kan zien wat wij hier allemaal weten, voelen. Ik moet het aan de wereld niet vertellen, want iedereen heeft jouw gouden randje al lang gespot. 
Maar jouw hoofd maakt me bang, ik besef dat het grootste gif zich binnen in jouw fijne lijfje heeft gevestigd. Het uiltje in je hoofd spreekt dondertaal, roept te hard, te vaak. Leven, dat is de uil leren fluisteren. 

Waar kan ik jou vinden wanneer jij je hoofd niet uit geraakt, maar ik me er niet in kan vinden? 

Waar kan ik jou vinden, mijn zoon, wanneer jij je elke dag verloren voelt? 
Waar kan ik jou vinden, mijn zoon, tussen de vlagen van verdriet in jouw bestaan? 
Waar kan ik jou vinden, mijn zoon, in de wirwar aan adviezen en raadgevingen die we radeloos aanhoren? 
Waar kan ik jou vinden, mijn zoon, in het verleden waarin we jou achterlieten in een ziekenbed toen je nog geen één of drie of vier of zes of acht jaar was? 
Waar kan ik jou vinden, mijn zoon, zeg me, waar kan ik jou vinden? 



Reacties

Populaire posts