Afscheid
Vlieg mijn vriend. Sla je blauw gevederde vleugels open en zweef mee langs warme luchtlagen en koele windstromen. Leg je veren goed, verzorg ze, buig je knieƫn en duw je af op dit koude, steenharde zandpad. Voel geen angst of verdring ze desnoods. Je hoeft immers maar even te lijden: op het korte moment tussen je vertrek en de echte zweefvlucht - je vrijheid. Dan - heel even - zullen je vleugels verpletterd aanvoelen onder de zware luchtdruk. In die ene seconde tussen wat is en wat zal zijn, zullen de aarde en het leven hun krachten bundelen om je aan je poten naar hen toe te trekken, bang om hun heerschappij over jou te verliezen. Leven is uiteindelijk ook maar falen.
Het is met haar zwaartekracht dat dit leven regeert
over alle dieren, over iedereen. Alleen de vogels lijken haar soms wel eens te
ontglippen; vrijheid ligt enkel in het verschiet voor wie leert vliegen. En de
aarde is jaloers, blijft jaloers zolang de hemel lonkt. Eeuwenlang.
Het is net dan dat je moet doorbijten. Zet je
tanden in je wilskracht en bijt. Laat het bloedrode sap gulzig uit je snavel
stromen, deins niet terug voor de pijn, voor het geweld. Nee, nu moet je
doorgaan. Doorzetten. Klapper harder met die grote vleugels van je, slaag ze
naar de wereld toe en trek ze langzaam weer op, richting hemel. Je hoeft niet
bang te zijn, ze houden wel. Ze zijn groot genoeg, en even sterk als je wil.
Dus fladder en
vlieg mijn vriend, stijg op. Maak je los van deze
ijskoude stenen.
Maar vlieg niet naar de zon. Ze zal je enkel
verbranden, met haar smachtende stralen, hunkerend naar warmte van anderen. Ze
zal haar liefde richten op je broze vlinderhuid, die daarna zwartgeblakerd
samen met je tijdelijke vleugels zal verdwijnen in de leegte. Te veel is altijd
versmachtend, zelfs de liefde.
Je zal er sneller zijn dan je kan vermoeden.
Dan mag je eindelijk zweven op plaatsen waar je altijd al wou komen en zie je
eindelijk je dromen als waarheid. Vergeet dan niet te genieten, vriend, het zal
maar voor even zijn – die vlucht van je. Want weldra zal de hemel je niet langer
tolereren in zijn luchtruim en zal menig vogel zijn plaats weer komen opeisen
en je terugsturen naar waar je thuishoort. Hier, met je voeten in het mulle
zand, met je hoofd niet langer in de wolken, maar verankerd in zekerheden,
logica en het lot zoals het vooraf al had moeten zijn. Het is hier dat je
thuishoort, we lopen immers allemaal verloren. Het is hier dat wij een thuis
maken voor jou, als het zo moet.
Enkel de herinnering zal jou uiteindelijk nog resten, aan die langgewenste vlucht, aan dat ene moment van ontsnappen, aan iets wat een glimp van de echte vrijheid had kunnen zijn. Vertel het aan geen mens, zwijg, zoek geen woorden. Ze zullen je niet geloven. Maar ze bestaat, ze bestond. Want wat eens gedacht, zal altijd zijn.
(geschreven na een onverwacht afscheid)



Reacties