Mijn lijf en ik
Het is 8:05 uur als ik voor de vierde keer in de spiegel heb gekeken. En meteen ook weer weer weggekeken. Er is weinig het zo niet waard om bekeken te worden, flitst er door mijn hoofd.
Ik kan urenlang kijken naar de kinderlijfjes van mijn kuikens. De verandering die ze doormaken op korte tijd is spectaculair, dus ik lijk elke dag weer een nieuw lievelingsplekje te ontdekken. Het malse buikje van onze 3-jarige, bijvoorbeeld. Of gewoon hoe het hele lijfje een zachte knuffelbubbel lijkt. Niks zo gezellig als een extra rolletje baby-vet. De oudste zit ondertussen al op een heel nieuw niveau wat zijn lichaam betreft. Nog heel erg kind, maar ik zie ribben, heupen en schouderbladen. Lichaamsdelen waarvan ik bij het jongste telgje niet eens zeker weet of ze er wel mee geboren is. Ik vang stilaan een glimp op van de man die hij later kan worden: breed geschouderd, maar hoog groeien zal de boom wel niet. We doen er lacherig over, papa en ik, nu kan dat nog. Tjeu zit ergens mooi tussen baby-vet en botten. Ik zie nog een mals kinderpoepje en na veel te veel boterhammen een gezond, roze buikje. Maar we kunnen ook al zien dat hij - anders dan zijn broer - niet de uitgezette schouders zal krijgen en mogelijks een kop groter wordt dan Briek, of ons.
Hun kinderlijfjes zijn ongecompliceerd. Ze zijn wat ze zijn en zolang ze doen wat ze moeten doen, wordt er van gehouden. Het leven kan simpel zijn. Er wordt niks gewogen, er worden geen letterwoorden berekend, er wordt niets geteld. Het lijf doet wat het moet: spelen, kind zijn en leven. Het zou zo mogen blijven, dat is wat ik ze gun, dat is wat ik ze toewens.
Anderhalf jaar geleden liep ik een marathon. Ik ben geen fantastische loper, maar ik haalde er plezier uit en mijn droom was om ooit 1 keer in mijn leven een marathon te lopen. Dus trainde ik en liep ik hem uit. Ongeveer terzelfder tijd kreeg ik problemen met mijn maag. Ik dronk teveel koffie, had misschien te veel stress en sukkelde met een maagontsteking. Ik viel op korte tijd een aanzienlijke hoeveelheid suikerpakken van 1 kilo af. De combinatie van de amateuristische marathontraining met de maagproblemen maakte dat ik ze bijna letterlijk van mijn heupbeenderen zag vallen. Ik heb altijd teveel gewogen, dus ik was er niet meteen rouwig om, en bijna niemand maakte zich zorgen.
Integendeel.
"Ik vind dat jij nu perfect ben. Je moet niet nog meer afvallen, maar ook niet meer bijkomen."
"Jij ziet er zo fantastisch goed uit."
"Wow, straks zien we je niet meer staan. Schoon."
"Amai, jij bent veranderd. Positief, he! Heel positief."
Ik voelde mij ziek. Mijn rug blokkeerde en ik had nergens in mijn lichaam een vezeltje energie om me op te lappen. Het leek alsof mijn lijf opgaf. Jorge kwam me ophalen op het werk omdat ik enkel nog kon trillen en me overgeven aan de leegte. Ik kon geen stap meer zetten zonder eerst koffiekoeken te eten in de auto, maar ik zag er goed uit. Eindelijk dan. Ik loop al jaren rond op deze planeet in dit lichaam, maar nu zag ik er eindelijk goed uit. Ik at 900 calorieën per dag rekende een diëtiste uit, maar ik had eindelijk een perfect lichaam. Mijn lichaam had te weinig energie, mijn hoofd vreemde gedachten, maar ik was mooi. Tenminste, als ik iedereen rond mij moest geloven.
Het maakte mijn hoofd gek en ik zat met een nieuwe angst: genezen. Want wat als ik geen maagproblemen meer had en eindelijk terug "gewoon" zou kunnen eten? Ik sprak dingen uit als: "Er is niks zo gênanter als bijkomen en weten dat mensen denken dat je dik geworden bent." Is dat zo?
We zijn nu bijna 2 jaar later. Ik heb geen maagproblemen meer en ik ben niet van plan een marathon te lopen. In feite loop ik helemaal niet meer, want nu ben ik op de sukkel met mijn nek. Ik werk al een jaar thuis, naast de koeken- of koelkast. Ik eet terug "gewoon", zo'n 1000 calorieën meer dan op mijn slechtste dagen. Ik ben veranderd. Ik kijk 6 keer in de spiegel en hoop elke keer dat ik voor de klas moet staan dat mijn trui mijn veel te grote poep genoeg bedekt. Ik moffel te smalle kleren onderaan in de kast zodat ik ze niet keer op keer probeer aan te trekken om mezelf nog eens extra te vernederen.
Zie ik er nog goed uit? Ik denk het niet. Heb ik het perfecte lichaam nu? Zeker niet. Is er iemand rond mij die opmerkt dat ik veranderd ben? Nope. Is er iemand die zegt dat ik er goed uitzie? Natuurlijk niet. Voel ik mij beter dan 2 jaar geleden? Lichamelijk wel, ja, heel zeker. Durf ik nog in de spiegel kijken? Nee.
Wat is dat toch met dat lichaam? Zou het niet beter zijn als we gewoon helemaal geen opmerkingen meer maken over iemand zijn lichaam? Heel knap dat jij -tal kilo bent vermagerd, maar hoe jouw lichaam eruit ziet, doet er voor mij veel minder toe dan de persoon die jij bent, dus wil ik jou liever complimenteren over je empathisch vermogen, je hulpvaardigheid of de warme vriend die jij voor mij bent.
Kunnen we dan nu gewoon met zijn allen zeggen: "Dit is mijn lijf. Het doet wat het moet doen: werken, mezelf zijn en leven." En daar dan helemaal content mee zijn.


Reacties