De toekomst
De toekomst is licht als een klein meisje.
Wie leeft in het nu, heeft er niet of nauwelijks een gedachte aan gewijd, laat staan een tel of drie bij stilgestaan. Wie leeft in het nu en het zich bij toeval en geheel per ongeluk waagt een blik te werpen op wat er verder aan de horizon zou kunnen staan zinderen, ziet zeker iets van een aangename lichtheid. Wat we later op onze schouders moeten torsen, kan vast niet zwaarder zijn dan de last of de karrenvracht die we vandaag met ons meenemen. Het leven is immers een continue wisselwerking tussen laden en lossen, tussen ervaringen opdoen en ze delen, tussen geluk voelen en tranen uitstoten. Het wordt een zweefpasje, later, alsof we lopen op Air Max'en, en zonder extra ballast. Zo naïef en onschuldig is de toekomst zeker. Wat het nu en het verleden nog niet heeft geraakt, kan er ook niet door besmet zijn. De toekomst is dus zuiver, leeg, ongeschonden en licht als een klein meisje.
De toekomst is een ernstige oude man.
Ik sta weer ergens voor een raam. Wie mijn gedachten leest, weet dat ik mijn leven zin geef voor een raam. Er moet altijd een vage weerspiegeling zijn om de werkelijkheid te kunnen onderscheiden. De toekomst zit buiten in de zandbak en graaft verwoed een zo diep mogelijke kuil met als enige doel het middelpunt van de Aarde of liefst nog Australië te bereiken. Straks is het eindpunt verrassend snel bereikt, de ontlading zal groot zijn, wanneer na een laatste uithaal de schup zal vastlopen op een zwart gronddoek. Maar voor nu zie ik de toekomst hardnekkig doorgaan. De rug lichtjes gebogen. Ik voel me verbaasd door de toewijding waarmee er verwoed wordt verder gegraven. De initiële vertedering die ik voelde bij de aanblik van mijn toekomst in de zandbak tussen plastic speelgoed in schreeuwerige kleuren maakt plaats voor een soort melancholie. Ik voel het nu: het pad dat moet bewandeld worden vereist aangepast schoeisel. Ik kijk opnieuw door het raam naar de toekomst in de bak. Het kind van daarnet is oud geworden en serieus. Het graven richting nieuw en later plots een opgave, een taak, zoals volwassen worden. De toekomst is ernstig, zoals een oude man.
In de toekomst kan je namen beitelen.
De zon schijnt. Ik zie het leven in al zijn glorie: blauw en groen en vooral veel geel. Ik stap een halve minuut vlotter uit mijn bed dan gisteren en we staan met zijn allen 5 minuten voor het startsignaal van de dag in vol uniform en ornaat klaar om de deur uit te gaan. Vandaag heb ik dan eindelijk het leven in handen en doe ik het moederen zoals ik er in de boekjes over zou lezen: georganiseerd, met aandacht voor ieders welzijn en behoeften. Er lijkt zelfs nog wat tijd voor een minuutje of 2 van voorgeschreven zelfzorg. Ik pluk mijn wenkbrauwen snel wat bij, want ook dat zou ik zo kunnen lezen in de boekjes. Mijn kinderen dragen sandalen, én ja, ook dat is het moederschap onder de knie hebben. In deze toekomst kuieren we met sandalen. Tijdens het fietsen naar school zie ik wat de toekomst vandaag uit de kaarten heeft geschud. Ik rijd met drie universiteitsstudenten naar school en til straks een kleinkind of 4 in een grote bakfiets. We zitten gebeiteld, zeggen ze dan. Ik roep het in mijn hoofd nog wat harder: In de toekomst staan onze namen alvast gebeiteld.
De toekomst is nieuw paar schoenen.
Morgen regent het weer. Ook dat is toekomst, maar als ik het vandaag al kan voorspellen is het eigenlijk ook een beetje het nu en telt het niet echt. De euforie van de ochtend verdwijnt en ik val terug op het moederen van alle dag. Ik laat een bus melk op keukenvloer openspatten en mopper net dat beetje te hard wanneer een van die universiteitsstudenten wat later eigenlijk hetzelfde doet met een flesje water. Waterschade staat duidelijk hoger op het rampenlijstje en schrijnwerker of elektricien gaan ze niet worden. We eten vormeloze brij en ik besef dat ik met dit gerecht geen herinneringen kan inslijpen bij mijn kinderen. Ach, morgen is er toch weer een dag. Ook dat is de toekomst: oneindige repetitie en altijd opnieuw kunnen beginnen. Ik kijk de weersvoorspellingen na en clichés blijken waar te zijn. 's Avonds steek ik mijn onhandige 'ze mogen worden wat ze willen'-studenten in bed als het melkincident de revue passeert. Das niks, jongen, zeg ik, morgen beginnen we gewoon terug opnieuw. In de toekomst kunnen we laten liggen wat we vandaag niet konden dragen. Ik ga naar beneden en gooi mijn sandalen van 's morgens ergens achterin de kast. Teveel frivoliteit brengt me ook weer nergens, weet ik. In de toekomst heb ik zeker een paar nieuwe schoenen nodig, maar ik ga wat afwachten tot ik de ondergrond van het pad heb leren kennen. Schoenen koop je best in het nu. Bespaart je een miskoop van het leven.



Reacties