Familiefoto


Het is tijdens een pauze op een doordeweekse dag dat ik een collega hoor vertellen hoe ze maanden geleden ongevraagd een onthoofdingsvideo onder haar neus geduwd kreeg en hoe ze maanden later nog gekweld werd door de beelden. Ik denk terug aan die ene dag, vijf jaren geleden en voel hoe het onbehagen zich meteen weer nestelt in mijn buik. 

Een groentje was ik nog en de mensen voor me helemaal nieuw, maar met bekraste zielen en donkere ogen die teveel zagen. Een gemeenschappelijke taal was beperkt tot enkele basiswoorden. Ik gaf les in een groezelig, donker lokaal, midden in een triest centrum waar mensen van  wie de dromen veelal waren kapot gebombardeerd samen werden opgehokt tot ambtenaren in ivoren torens konden beslissen of ze wel genoeg hadden afgezien om hier te mogen blijven. Wie in Europa wil wonen, moet eerst ondraaglijk lijden. Euthanasie om te leven. 

"Lerares. Kijk. Familie." Ik herinner me nu nog steeds de brede glimlach die me op geen enkele manier kon behoeden voor wat ik te zien zou krijgen; het was ook allerminst een aankondiging van een uitgestald leed. Een hoop mensen, zie ik. Er is geen familie in te herkennen. Ik zie enkel dood, bloed en vlees. We zijn 5 jaar later en ik kan de foto nog steeds helder voor me zien. Het heeft me maanden gekost om er in het donkerste van de nacht niet zwetend wakker van te worden. Ik herinner me niet meer hoe ik reageerde, maar het zal vast een beschamend onbeholpen en ongepast emotioneel gemompel zijn geweest. Het groentje uit het beloofde land dat met het echte leven nog niet heeft moeten duelleren. 

Ik heb ooit het idee gehad dat het leed dat de mensen met zich meedroegen geen plaats moest hebben in mijn klaslokaal. Die zware rugzak konden ze neerzetten aan de deur van de klas en we zouden 3 uur traumavrij in een gezamenlijke onbezonnenheid Nederlands leren. Gelukkig groeit een mens zo wel eens in het leven en weet ik nu dat de rugzak eigenlijk een tumor is. Neerzetten zonder eerst diep te snijden gaat niet lukken. Dus maak ik elke dag plaats. In mijn klas en in mijn hoofd. Het maakt me moe, maar het is niet ik die gebukt ga onder een woekerende tumor.

's Avonds lees ik een tweet van Theo Francken die wel heil ziet in het Australische migratiebeleid met pushbacks en afgezonderde kampen op verlaten eilanden. Ooit las ik een boek van een man die in zo'n kamp wist te overleven. Wij zijn geen mensen, wij zijn beesten. De mensen, dat zijn zij.  Ik krijg het koud en denk aan de Syrische man met de gruwelijke familiefoto, of de Somalische vrouw van wie de 2 jonge kinderen achterbleven in het meest hopeloze land ter wereld. Ik denk aan de Afghaan die werk moet vinden om de vliegtuigticketten voor vrouw en kind te kunnen betalen, maar het Nederlands niet  machtig kan worden. Ik denk aan alle tranen die gevloeid zijn, maar ik denk niet aan de mijne. De familiefoto staat weer op mijn netvlies. Het leed dat ik ongevraagd moest bekijken. Ik slik mijn tranen weg, ik moest enkel ongevraagd naar een foto kijken. Ik heb het immense geluk dat ik de foto niet moest nemen, ongevraagd. 

Die eerste groep mensen, toen vijf jaar geleden, die in mijn lessen de hoop zagen liggen voor een toekomst in dit land,  ik zal ze nooit vergeten. Een voor een, ik zal ze nooit vergeten. Net zoals ik de familiefoto voor altijd op mijn netvlies zal dragen, mijn eigen minuscule tumor. In mijn hoofd en in mijn klas. Er is plaats. In mijn hart. 

Reacties

Populaire posts