Ontheemd.

 

                                                    (Rogier Roeters)

Ik heb het gevoel dat nu pas mijn finale vormgeving is ingezet, dat ik nu stilaan de mens word zoals ik ooit, als cel, bedoeld was. Misschien vergis ik mij en is mens worden, je eigen persoonlijke mens worden, wel een continue boetseeropdracht waarbij het eindresultaat pas op het sterfbed wordt onthuld. Of nooit, dat kan ook. Misschien zijn we bedoeld als zoekende mens en zullen we zoekend sterven. Misschien blijft ons zelfbeeld in de weerspiegeling van het leven een flou en troebel gegeven en zal het onmogelijk zijn om de contouren van je ik te kunnen onderscheiden. Een wazig geheel zonder grenzen. Waar eindigt mijn ik en begint de ander? Misschien is dit wel de zin van het leven: zoeken en niet vinden. Of zoeken en niet gevonden worden.

Maar nu dus, op dit punt van mijn leven merk ik langzaam op dat er onder de ruwe blok klei een vorm verscholen zit. Ik begin mezelf meer en meer te kennen, ik ben veel zelfbewuster van mezelf. Over mijn vorm, het lichaam, maar ook over mijn eigen ik. Wat is dat eigenlijk, je ik? Zijn dat je gedachten? Iemand zei me ooit dat je gedachten niet bepalen wie je bent en dat ik dat ook niet mag laten gebeuren. Die gedachte maakte me dan weer gerust en angstig tegelijk. Want als mijn gedachten niet bepalen wie ik ben, wie ben ik dan wel? Anderzijds heb ik vaak heel droevige en uitzichtloze gedachten en wil ik zo niet zijn. Ik wil hoopvol zijn.

Ik voel me in deze wereld vaak ontheemd en vervreemd. Alsof mijn eindvorm nog niet te herkennen is door de anderen, waardoor mij het gevoel van verbinding, van thuiskomen wordt ontzegd. Ik lijk verloren te lopen tussen mensen die ik al jaren ken en besluit vaker ja dan nee het bekende pad naar samenzijn niet te betreden. Jezelf leren kennen is deuren dicht houden.

Gericht kies ik nu literatuur of boeken waar ik mezelf in kan terugvinden. Ik luister podcasts over zaken waar ik van wakker lig. Ik hield niet van poëzie tot ik de dichtbundel van Babs Gons in mijn handen kreeg en ik weet dat ik leef op poëzie, de juiste poëzie, poëzie met woorden die voor mij bedoeld zijn. Ik hield niet van mijn lichaam, tot ik zinvolle woorden over schone lijven in schone vormen hoorde en ik weet dat ik mijn lichaam omarm. Om wat het voor me deed, om wat het samen met me verwezenlijkt, omdat het me laat rusten wanneer ik het zelf niet wil erkennen, omdat het me brengt daar waarvan ik nu nog niet weet waar dat precies is.
Plots herken ik mijn denkpatronen terug bij andere mensen, veelal bij vreemden. Plots ontdek ik dat we ’s nachts met velen moedeloos naar het blauwe licht van onze lege schermen liggen turen. Tegen beter weten in. Leven doe je ook zo, tegen het advies in.  Hoe ontheemd ik mij tegenwoordig voel bij wie dicht bij mij staat, zo sterk kan ik thuiskomen in het hoofd van mensen die ik niet ken, van iemand die mijlenver een onbekende en onbeminde toekomst tegemoet stapt. Hoe verbonden kan je zijn met iemand die niet van jouw bestaan afweet?  Wat een voorrecht het is te mogen rusten op de woordenstroom van mensen die dapper genoeg zijn om op te schrijven wat als een diep geheim achter de muren van onze hersenpan borrelt. We zouden allemaal wat meer moeten schrijven en wat minder moeten praten.

Nu ik als een soort van afstudeerproject van het leven de laatste hand lijk te leggen aan mezelf,  moet ik ook mijn doel herdefiniëren. Het verleden overdenken heeft geen zin, ik zou het allemaal anders gedaan hebben. Ik besef dat ik nog niet gevonden ben en dat het herdefiniëren van iets dat nog niet is vastgelegd van totale zinloosheid is. Ik besef dat dit het doel is van mijn leven, voor nu althans: zoeken en niet vinden. Zoeken en stukjes zinvolheid sprokkelen tussen de chaos van ons leven. Zoeken en puzzelen met wat we tegenkomen tot we uiteindelijk – al is dat op het sterfbed of ver daarna- een weerspiegeling kunnen zijn van iets dat is, van iets dat bestaat, van iets dat leven geeft.

Ik wens het je toe, ik wens het mezelf toe.

Blijf zoeken.

Reacties

Populaire posts