Levend verlies




Op latere leeftijd kan een sluiting dmv tongflap uitgevoerd worden. 

De woorden suizen als zware mokerslagen neer op mijn schouders. Links. Rechts. Elke dreun brengt me enkele metaforische centimeters dichter bij de aarde en ik hoop dat dit niet het leven is. Slagen opvangen op je tere lijf, buigen of breken, om uiteindelijk integraal onder de grond te eindigen. 
Hoewel ik het gewicht van dit nieuws eerder al incasseerde, voelt het weer als nieuw. De zindering in mijn hoofd even nadrukkelijk aanwezig en heel kort lijkt het alsof mijn adem wordt afgesneden. Het litteken dat zich doorheen de jaren heeft gevormd tussen hoofd en hart wordt opnieuw lichtjes opengehaald. Ik lijk niet te bloeden, maar het blijft venijnig lang na prikken.  Genoeg om me steeds opnieuw te herinneren aan deze vracht, die ik meekreeg voor het leven toen ik een moeder werd. 
Ergens lees ik dat dit rouwen kan zijn en het heeft me 9 jaar gekost om deze woorden luidop te kunnen formuleren: 
We zijn aan het rouwen. We hebben het moeten doormaken om het te beseffen: rouwen gaat al lang niet meer enkel over de dood. 

Een kind krijgen met een schisis hield voor ons meteen ook een kennismaking met een levend verlies in. Dat durf ik zeggen nu, zonder aan de waardigheid van mijn kind te raken en zonder deze milde beperking teveel gewicht toe te dragen. 
Dit gaat immers niet om wie mijn zoon nu is, maar veel meer om hoe het leven voor hem had kunnen zijn als alles anders was. We rouwen om het verlies van een toekomst zonder ziekenhuisopnames, we rouwen om een leven zonder intensieve (logopedische) behandelingen, we rouwen om de kans die hij niet kreeg om enkel en alleen een kind te kunnen zijn, we rouwen om de realiteit waarin we niet kunnen meespreken over hoe het is om in de mallemolen van de gezondheidszorg te zijn meegezogen. We rouwen om wat we hem, ons kind, zo hebben gegund. 

Het levend verlies gaat nooit helemaal weg en kabbelt in golven om ons heen. In woelige tijden worden we overspoeld - kopje onder en happend naar adem; bij laagwater staan we toch steeds met de voeten in het nat. Er is geen ontkomen aan. We probeerden het ooit, met grote onhandige stappen waagden we ons in het drijfzand dat zich meestal tussen laagwater en ligstrand heeft gevormd. We trokken de grootspraak aan als een paar stevige caoutchouc botten, maar werden steevast vastgezogen in de drassige realiteit. Dat er heus wel ergere dingen zijn. Dat het leven zoals we het nu hebben ook perfect is en dat het binnen een jaar of 18 allemaal wel voorbij zal zijn. Je kan jezelf maar zoveel voorliegen tot de spiegel fragmentarisch in je eigen gezicht uiteen spat. 

Vandaag blijft  het levende verlies als brekende golven over mijn benen spoelen. Ik blijf bewust in de branding staan, geen zin in het gevecht met de rubberen laarzen en nog minder het onoverkomelijk blijven vastzitten in vuile modderpoelen. Vandaag blijf ik staan, en ik beslis mijn arm om de schouders van de rouw te slagen. Na negen jaren voelt het soms ook wel als thuiskomen. We blijven kijken over de onmetelijke zee waar al het verdriet van alle mensen samenkomt. De horizon is onbereikbaar ver. We blijven lang staren, de rouw en ik, en langzaam voel ik dat het eb wordt. Vandaag beslis ik niet mee te stappen en anders dan op de meeste dagen trekt het levende verdriet me ook niet mee. Misschien sta ik voor het eerst in al die jaren eens niet met mijn voeten in het water, denk ik, maar ik zie meteen dat ze nog kletsnat zijn. Het verdriet naast me kijkt toe en reikt me zijn handdoek niet aan. Het is goed zo, voel ik. Het leven is doorgaan met natte voeten. Ik pak het levende verdriet bij de hand en stap het strand op. Nog voor we bij de dijk aankomen, heeft de vloed ons alweer ingehaald. Ik draai me nog een keer om en kijk naar de eindeloze zee van alle tranen en ik voel het: dit is hoe het moet zijn. 
Laat het zo maar zijn. 

Reacties

Populaire posts