Hier of ginder


(artwork: Rogier Roeters)

Vandaag, wanneer ik opsta, voel ik het gewicht van de dag meteen wat harder doorleunen op lijf en leden. Het geluid van mijn wekker klinkt irritanter dan op een zonnige zondag en het valt me zwaar me uit bed te hijsen. Er lijkt te veel kind te zijn, te vroeg op de dag en mijn hoofd struikelt nog voor we goed en wel zijn opgestaan al over de rommel en de to do-lijstjes. Ik heb een derde tas koffie nodig voor ik van de enthousiaste woordenbrij van de kuikens min of meer een geheel kan maken en dat belooft weinig goeds. De lucht is nog grijs buiten, en kondigt helemaal geen zomerse zorgeloosheid aan. In mijn hoofd is het van een gelijkaardige kleur. Ik denk honderd gedachten en het lukt me niet om er eentje te vinden die me geruststelt. Ik drink nog wat meer koffie en probeer me op te laden aan de zwarte illusie. Het bakje troost biedt me vandaag enkel een vluchtige warmte, mijn handen blijven koud. 
Ik voel me twijfelen aan alles wat ik doe en wie ik ben. Mijn hele identiteit ligt nog boven onder de warme lakens te slapen, het is enkel mijn lijf dat werktuigelijk doet wat onuitgesproken van een moeder wordt gevraagd. Ik vraag me af waarom ik niet op andere plaatsen aan het moederen ben, daar waar de thuislozen een moeder nodig hebben. Het voelt vandaag niet goed genoeg. Ik voel niet goed genoeg. Is het ooit wel goed genoeg? Briek knuffelt me wat vaker, het lost de twijfel niet op. Nu eens niet. Maak ik voor iemand eigenlijk het verschil en is dit dan wat we met zijn allen willen bereiken: het verschil maken? 

Later zit ik in een blauw bureau en luister naar een hoop Arabische zorgen. Het gesprek duurt langer dan de boodschap die moest gegeven worden en hoewel ik niet begrijp wat er gezegd wordt, voel ik de moedeloosheid in het gesprek toenemen. Iemand vertaalt voor mij en er vloeien tranen tussen het teveel aan woorden die niet precies kunnen uitdrukken wat het gevoel is dat wordt meegesleept. Mijn ogen zijn vochtig en de krop in mijn keel krijg ik niet weggeslikt. Hij zal er morgen zeker nog zitten en er zal geen tas koffie zijn die hem kan oplossen. Het verleden van de twee dames in het bureau heeft zich in mijn keelholte vastgezet. Ik kan alleen maar hopen dat het me voor altijd zal blijven irriteren; het is het minste wat ik voor hen kan doen. Ergens in mijn hoofd doemt weer die ellendige vraag op: waarom ben je ginder niet aan het moederen? Het grijs van de ochtend lijkt nog donkerder geworden en ik vraag me af waarom de zon op dit veel te vroege uur al weer aan het ondergaan is. 

Iemand zegt me plots dat ze van me houden. Ik hoor de woorden die als kleine parapluutjes tegen de donderwolken duwen en ergens lijkt de dichte mist van gedachten een klein straaltje licht door te laten. Er vloeien tranen en ik denk dat dat helemaal niet kan, want dat ik niets gedaan heb, behalve mezelf zijn en mijn job. Ik kijk en hoewel we samen te weinig taal hebben om het woordelijk uit te drukken, zie ik in hun ogen dankbaarheid. Het is op dat moment dat heel even het antwoord wordt gegeven. Vandaag ga ik ginder niet moederen, want ook hier hebben we mensen nodig die zichzelf zijn en gewoon doen. 
En voor nu is dat 
goed genoeg. 


Reacties

Populaire posts