Loslaten


Mijn jongste zoon beheerst de kunst van het loslaten. Dat is, in ons gezin, op zijn minst noemenswaardig en we zijn met zijn allen niet meer of minder dan afschuwelijk jaloers. Voor hem is het leven -hoofd eerst- zonder nadenken het koude zeewater in duiken. Met of zonder onder- of zwembroek, met of zonder warme handdoek die als een veilig baken op het zand, dat overal en altijd wel ergens is, ligt te wachten met net vergaarde zonnewarmte. Voor hem is het leven nu. 

Ondertussen sta ik aan de branding. Tenen in het water, broekspijpen zeker hoog genoeg opgekrold, want met natte pijpen loopt het leven niet lekker. Ik kijk naar de kolder en bolder van mijn zoon en besluit me om te draaien. Er staan 2 redders nauwlettend het water gade te slaan en mijn kind bevindt zich midden in hun vizier. Er zijn 4 volwassenen mee en hij speelt met vriendjes -zeewater niet hoger dan zijn navel. Maar toch heb ik alvast gezien hoe hij meegezogen werd door koude waterstromen, en in het niets verdween. Zijn lichaam spoelt de volgende dag aan, een badstad of 2 verder en ik was er niet toen hij stierf. Voor mij is dat het leven, niet nu maar altijd later. 

Ik bedenk mezelf dat ik later op mijn sterfbed spijt zal hebben van veel dingen, maar sowieso ergens hoog in het lijstje: ik heb te weinig geleefd in het nu, te weinig in mijn blote kont het veel te koude zeewater ingedoken, te vaak met te hoog opgerolde broekspijpen door mul strandzand geploeterd. Ik neem me voor wat minder na te denken, wat meer mezelf te durven te zijn. Maar in het voornemen zit automatisch het overdenken ervan vervat, dus lijkt nog voor de startmeet alles al mislukt. 

Mentale moeheid is dus een ding en voor het eerst in jaren lukte het me niet om zorgeloos in het oneindige grijs van de moederzee te staren en tot rust te komen op de deining van het water. Ook over mezelf denk ik te veel na. 'Wie ik ben' kan 'wie ik wil zijn' niet loslaten, laat staan dat we kunnen vergeten wie anderen willen dat we zijn. Pas in de vertrouwdheid van het nog vreemde en nieuwe huis lijk ik een flard op te vangen van wat loslaten zou kunnen zijn. Mijn jongste zoon fladdert als een vrolijke vogel rond me heen. Ik laat het gekwetter over me heen komen en vind in zijn drukte de essentie van wie hij is terug: gewoon een kind. Een heerlijk, naïef, lief en zorgeloos kind. Het geeft mijn ziel gemoedsrust en het is dan dat ik het weet. Leven, dat doen we sowieso al in het nu. Het komt er op aan om op het juiste moment gewoon wat meer een kind te zijn. 

Reacties

Populaire posts