Genoeg

Wanneer de nacht valt en onze lome lijven zich nestelen in elkaars armen of in een donzen bed

Wanneer het duister de baby's wekt en de eenzaamheid in moeders wakkere buiken klopt

Wanneer het kind -ook dat diep in ons- zich te rusten legt in zachte lakens en betere tijden

Dan, tussen schemer en aardedonker borrelt de hoop langzaam op

Telkens weer, opnieuw dat flakkerende vlammetje tegen het duister van de dag

De hoop

Dat we ontwaken in een nieuwe wereld,  

Een wereld die we helemaal begrijpen met een schoonheid waar we al een leven lang van droomden

Waar schaduwen afvallen als gewichten van schouders en waar we zonder twijfelen altijd zouden weten

En dat we dan durven roepen, naar elkaar, en soms meer nog naar onszelf

Op de top van onze stem zouden durven schreeuwen

Dat we genoeg zijn.

Vier verderlichte woorden, maar zie dan hoe we zelf veranderen

Dat we genoeg zijn

Ik kan het, geloof ik, in het ochtendlicht bijna beloven

Dat we genoeg zijn.



Reacties

Populaire posts