Hoe dan?
Het is een grijze, doordeweekse avond wanneer ik op een parking op een schoolbus vol enthousiaste kinderen en spannende verhalen sta te wachten. Ik ben omringd door ouders, veelal mama's, met autosleutels vertrekkensklaar in de hand. Het is uitzonderlijk laat voor een schooldag. De hete aardappelen zouden op elke andere dag al opgediend worden. Maar nu staan we hier nog, te wachten op een schoolbus die ergens rond deze tijd, of mogelijk ook veel later kan aankomen. Ik heb het koud en ik ben mentaal niet voorzien op het rondje mama's waar ik tussen sta. Na een lange dag werken heb ik niet veel zin in verplicht gekeuvel met mensen die ik eigenlijk helemaal niet ken. Dat mama's plots uit de biecht klappen tegen een vreemde, enkel en alleen omdat het kind in 2B een gedeelde factor is, ik heb het nooit begrepen.
Iemand zegt plots dat het dit jaar wel erg is met. Ze spreekt de laatste woorden niet uit, maar doet een vaag teken met haar hand richting gezicht en kijkt daarbij vluchtig naar 2 vrouwen in hoofddoek die wat verderop -en ook niet in het rondje- staan. Een andere mama verklaart dat school x en school y ook vol zitten dit jaar en dat die scholen daar subsidies voor krijgen. 'Niks aan te doen', verzucht een andere mama. En dan volgt er een nog wat algemene consensus dat dat vooral heel jammer is en dat het erg wordt met de bruintjes.
Wat ik de laatste jaren over mezelf geleerd heb, is dat ik een vrouw van grote emoties ben. Ik ween snel, bij onrecht, angst of vermoeidheid. Dat is met tijden heel frustrerend, maar het betekent ook dat ik het gevoel van diepe, tranenwekkende ontroering mag ervaren. En als er nu één emotie is die ik voor altijd wens te koesteren. Ik kan ook nu dus mijn tranen niet bedwingen -van woede vooral en onmacht, maar ik wend me af en zet me wat verder op een boordsteen. Alsof het eigenlijk het wachten is wat me verveelt en niet hun woorden die me kwetsen. Ik schaam me om wie ik ben, terwijl ik woorden denk die ik wil uitroepen, maar als een angsthaas weer inslik.
Het lukt me op dat moment niet om niet aan M. te denken. Een prachtige, Somalische mama uit mijn klas. Het kost me dagelijks tonnen energie om haar woorden weg te drukken, maar nu zijn ze er. Hard. Hoe ze in haar moederland verscheurd werd door eeuwenoude tradities en grootmoeders enerzijds en haar man en haar vrije keuze anderzijds. En hoe die vrije keuze in het klimaat waarin ze leefde een leugen is en ze dus eigenlijk niet koos. Maar wel haar 9-jarige dochter een gruwelijke dood zag sterven na een al even gruwelijke besnijdenis. Om uiteindelijk meer kans op keuze te hebben, ontvluchtte ze haar land, kon jaren later haar kinderen veilig overbrengen. De meisjes, allemaal nog klein, startten na 2 weken in een totaal vreemd land met een totaal vreemde taal in een enge, grote school. Alleen, zonder mama. En zijn daar de bruintjes die "onze" kindjes benadelen. Hoe dan?
Maar ook N. schiet door mijn hoofd. Er is nog steeds geen schoolbus in zicht. De boordsteen is koud en hard, maar ik draai me niet meer om naar rondje mama. N. die 6 kinderen heeft en een psychisch getekende vrouw. N. die moeilijk zijn weg vindt in de taal en het land en de 6 kinderen die ergens op een grote school zitten, zonder naam. In een richting zonder naam, een klas zonder naam of een leraar zonder naam. De kinderen van N. die thuis geen begeleiding krijgen, die haast anoniem een weg zoeken in een land waar ze niet thuis zijn. Wat een bedreiging voor "onze" kinderen op "onze" scholen. Wat een schande dat er subsidies voor worden betaald. Hoe dan?
Ik schaam me voor wat ik denk, want ondertussen weet ik niet meer of ik bevooroordeeld ben omdat ik dagelijks tussen verhalen als deze navigeer of dat zij bevooroordeeld zijn omdat ze nog nooit met iemand hebben gepraat. De grens lijkt floe. De boordsteen drukt als een vuist op mijn koude billen en mijn geweten. Misschien toch maar eens opstaan en uw mond opendoen, Riet.
In de verte zie ik de schoolbus verschijnen en ik laat me gretig overrompelen door het kinderlijke enthousiasme van mijn zoon. Niet langer verplicht door de koude van de steen en de woorden om op te staan en warmte te verspreiden. Ik zie de bende bedreigingen van goed onderwijs de bus uit stormen en kan een klein lachje amper onderdrukken. Hoe dan?


Reacties