Over deuren en aarsbeien
Zoals elke
ochtend veeg ik het schemerdonker uit mijn ogen en waag me in stilte de keuken
in. Ik probeer niemand te wekken, het ochtendgrijs moet ook in mijn hoofd nog
wijken. In dit slapeloos huis is die opgave, die ik elke dag weer met vermoeide
moed aanvat, geen eitje. In dit slapeloos huis worden kindjes wakker van het
vallen van de blaadjes.
Op automatische piloot werk ik het takenlijstje af en hijs ondertussen een kop
koffie of 2 naar binnen. De batterijtjes moeten tenminste half opgeladen zijn
voor ik het binnenstormende leven ten dienste kan zijn.
Klokslag het voorziene uur, al is dat 5 minuten voor de klok effectief zal
slaan, baan ik me een weg naar boven. Nummertje 2 zit ondertussen al op de wc,
maar hij doet dat even bedachtzaam als ik opsta. Bang om terug de verveling van
het bed ingestuurd te zullen worden. Met opgeraapte vlijt wil ik de kamer van
mijn kind binnen walsen, maar de deur blijkt geblokkeerd te zitten. Ik duw nog
eens, foeter in mijn binnenste alvast wat over slingerende rommel, maar krijg
er geen beweging in. “Briek!” roep ik. En ik vraag verbaasd of hij de deur op
slot deed. Ik weet niet wat me het meest onder de indruk brengt. Het feit dat
hij nu al deuren op slot doet zoals ik verwacht van pubers of het feit dat ik
nooit gemerkt heb dat de deur überhaupt een sleutel heeft. Het stemmetje van
mijn zoon klinkt fijn en krakkelig, ik hoor dat ik hem abrupt uit zijn slaap
heb gehaald. Hij friemelt in het donker wat aan de klink, maar krijgt er
evenzeer geen beweging in. Hij probeer het opnieuw, maar nu met het licht aan.
Alsof het donker niet alleen je zicht maar ook deuren kan blokkeren. Mijn leven
is een circus, denk ik, wanneer mijn kind effectief opgesloten blijkt te zitten
in zijn kamer. Mijn leven is een circus en ik ben gewoon een tamme circuskameel
die de piste rondloopt met een schaapachtige blik. Voortgestuwd door de
dreigende slag van de zweep, natrappend in eigen kak. Laat me de vrijheid van
het echte leven proeven en ik storm verward en paniekerig zwaaiend met alle
ledematen de dag door. Uiteraard krijg ik nu dus ook mijn eigen kind niet uit
de veiligheid van zijn eigen slaapkamer die ’s nachts door niet nader te
verklaren oorzaken potdicht is komen te zitten. Ik beuk wat met mijn waardeloze
schouders tegen de deur, draag mijn jongste zoon op mijn nog jongere dochter
aan te kleden (zo goed en kwaad als dat gaat), zeg mijn oudste zoon dat hij in
de vuilbak mag plassen, peuter wat in het slot van de deur met een
schroevendraaier en geef het finaal op.
Om 7 uur en 26 minuten staat mijn vader een slaapkamerdeur in mijn eigen huis
in te beuken. Om 8 uur en 26 minuten sta
ik op het werk les te geven over aardbeien die de mensen voor me consequent
aarsbeien blijven noemen.
En ik besluit dat
loslaten toch maar het enige is dat ons bij de eindmeet zal brengen.


Reacties