47
We zitten samen in de zetel en ik voel mijn schouder weer trekken. Het is zaterdag. Zaterdagen zijn hier altijd wat moeilijk. De weekvermoeidheid maakt dat we harder moeten twijfelen of we wel goed bezig zijn. Op tv horen we dat mensen gemiddeld het ongelukkigst zijn op hun 47. Goh, zeg ik tegen jou. Binnen een jaar of 13 zijn we nóg ongelukkiger dan dat we nu al zijn. Wat gaat dat geven? Ik zeg het luchtig, als een grapje, en we lachen er samen mee. Maar het is zo'n mopje dat enkel grappig is omdat het waar is. Je zegt er nog bij dat het geluksgevoel nadien gelukkig ook weer toeneemt dus dat het ook weer ooit beter gaat. Ik weet niet wat je denkt op dat moment. Misschien dat de tijd die ons nog rest in deze hoedanigheid van ongeluk bijzonder lang is. Of misschien richt jij je net op de hoop.
Ik voel die verrekte schouder weer en ik weet dat jij er ook last van hebt. Het is de linkerschouder, dus altijd denk ik héél even aan hartfalen. Dit keer blijft het hangen in mijn hoofd, het lukt me moeilijk om down to earth te blijven. Want misschien is het helemaal geen schouderpijn die wij ervaren maar zijn het kleine littekens op de kamers van ons hart. Nooit de kans gekregen om te helen, dus nu al halfontstoken littekenweefsel. We hebben veel meegemaakt, jij en ik, en wat we dachten geheeld te hebben door het verstrijken van de tijd blijken nu nog open wondes te zijn. Nu het leed niet enkel nog door ons gedragen wordt, maar op de schouders van ons kind geladen werd, nu is het verband weg en ligt het letsel bloot. We hadden beter wat meer gepraat, jij en ik, maar dat zijn we niet. Praters. Wij zijn vergelijkers en in het licht van de grotere miserie lijkt ons verhaal het uitspreken niet waard.
Nu ik weet dat jij ook het ongeluk en de zwaarte op je schouders torst, gaat het rondtrekken me beter af. In de eenzaamheid ben ik niet langer alleen. Ook al vinden we elkaar in de grijze mist van deze fase van ons leven soms moeilijk terug, ik weet dat jij er ook ergens zoekende bent.
We kijken verder naar het tv-programma en het leven voor ons. Ik nestel mijn hoofd op je schouder en bedenk me dat die 47 nu ook weer niet zó ver voor ons ligt. En misschien staan wij deze keer wel aan de goeie kant van het gemiddelde.
Misschien deze keer wel eens.


Reacties