De meisjesclub

's Nachts verandert het gezicht van de eenzaamheid in een afgrijselijk grijzende tronie die je spottend en zelfgenoegzaam vanuit de hoogte angstaanjagend staat uit te lachen. Wanneer je overdag de schijn nog kan hoog houden met uitgeholde begrippen als introvert, individualiteit of persoonlijke ruimte, vallen in de avonduren alle maskers af en staat de waarheid open en bloot in onze voorhoofden gekrast. Mensen zijn kuddedieren, gezelschapsbeesten. Onze grootste nachtmerries bevatten scenario's waarin we onafhankelijk gedwongen zijn een keuze te maken zonder vooraf ten rade te gaan bij de ene of de andere. We streven het hoogste goed na- nu meer dan ooit-, onze eigen ik. Maar zijn tegelijkertijd collectief bang van ons reĆ«le spiegelbeeld. Of ik dan toch. 

Sinds kort is er iets bijzonder aan de hand in het leven. Of toch vooral in mijn leven. Ik ben toegelaten tot een zeer exclusieve club - 2 leden. De meisjesclub, waarvan mijn 3-jarige dochter de voorzitster is en die rol met verve uitvoert. Toetredingsregels zijn streng: je moet een meisje zijn. (En eigelijk ook mama of Lot.) We scanderen enkele keren per dag dat we de meisjes zijn en ik krijg ook de unieke kans om alle verzorgingstaken betreffende de voorzitster op mij te nemen. Van gebrek aan consequent zijn kunnen we ze niet beschuldigen. Hoewel ik weet dat het een gedachtespel is van een 3-jarig kind en dus kinderlijk, simplistisch en totaal ongenuanceerd is, word ik er toch door geraakt. Ik durf het bijna niet toegeven maar de verbondenheid die er binnen onze meisjesclub is, heb ik zelden elders ervaren. Ongecompliceerd jezelf zijn, klungelen en fouten maken, met je kop tegen de muur lopen en het niet mild aanpakken wanneer je dat net wel wil doen. En dat dan allemaal knoerhard omver blazen terwijl we heimelijk 'wij zijn de meisjes' fluisteren.

Ooit zei ik al dat ik op mijn sterfbed waarschijnlijk van zowat alles in mijn leven spijt zal hebben. Dat is wie ik ben, dat lot ligt al voor me nog voor mijn Lot het leven binnenkwam en de boel overhoop gooide. Nu ik lid ben van de 2-persoons meisjesclub voel ik nog meer aan wat ik niet kan en waar ik mijn laatste pessimistische gedachten aan zal wijden als de tijd daar is. Jezelf zijn. 
Mezelf zijn. 
In de weinige momenten dat ik ongecontroleerd mijn echte gezicht toon achter de maskers van het leven, gebeurt dat in een rush aan emoties en zonder enige ratio. Want dat is misschien wel hoe ik echt ben als alle remmingen die een samenleving met zich meedraagt wegvallen. Hoeveel keer heb ik op zo'n moment al niet de leugens laten zegevieren en woorden gebruikt als pijnlijke dolken? Onbedoeld weliswaar. Maar gezegd blijft gezegd en vooral: gehoord blijft gehoord. We kunnen niets onthoren. Wanneer ik nog eens een wimper kan wegblazen, moet dat misschien wel mijn volgende wens worden, onthoren. 
Dus leef ik in een spreidstand waarbij ik enerzijds zo weinig mogelijk onderneem om me te kennen te geven, maar waarbij ik anderzijds met moeite kan plaatsen dat ik me na 14 jaar nog steeds "nieuw" voel bij mijn nieuwe familie of moeite heb om smalltalk te doen met aangetrouwde broers, collega's van 7 jaar of jeugdvriendinnen. 

Gelukkig is er nu de meisjesclub, probeer ik mezelf voor te houden wanneer de nacht weer onverbiddelijk donker is voor de slapeloze ziel. Nog even, zolang dat kleine mensje nog in mijn armen past, zal ik lid zijn van die exclusieve club en bij het ochtendgloren kunnen voelen dat iemand me graag mag. Alleen maar omdat ik mezelf ben, een meisje. Een mama. Amor fati. 

Reacties

Populaire posts