Schuifjes sluiten

Ik vraag me verbaasd af hoe het kan dat iets dat al nagenoeg 10 jaar onderhuids ligt te rusten, plots weer kan opborrelen en je stenen muren, die later van natte leem bleken te zijn, als erosie doen afbrokkelen.

We hebben altijd gevonden dat we samen een sterk, krachtig en onverwoestbaar team vormen. Vanaf dag 1 het geweer gepresenteerd over rechterschouder en na een etmaal al volledig geƫquipeerd en belezen. Klaar om de weg te bewandelen die ons werd aangewezen op een blinde kaart toen dat klein pakketje mens -met in het gelaat een groot vraagteken- op mijn borst en in onze harten werd gelegd. En nadat we in die eerste 365 dagen missie na missie op onbekend terrein de ontberingen van het jonge ouderschap met ziek kind met moed en wanhoop doorstonden, zijn we door blijven marcheren. Gepalaver is zo ons motto niet, stilstaan nog minder en toegeven dat gebeurtenissen een zware impact hebben (gehad) ondenkbaar. Of onuitspreekbaar, laten we het daar op houden. We hebben het nooit gezegd, dus heeft het niet bestaan.

Ik zeg het nu. Ik zeg nu hoe ik na 10 lange jaren 's nachts geplaagd word door beelden van mijn kwetsbare baby en alle foute beslissingen die ik nam. Uit angst, moeheid en onwetendheid. Ik zeg nu tegen mezelf en wie het zou willen horen dat ik na al die jaren van doormarcheren door wildernis na wildernis niet weet hoe ik een vuur kan maken en dat wat in het donker dreigend staat toe te kijken, kan afschrikken met licht en warmte. Hoe ga je om met herinneringen die je maag doen samenknijpen? 

We vieren feest, zoals we dat allemaal doen omdat er decennia geleden en nog veel langer ergens een andere baby vast ook twee mensen dodelijk vermoeide. Bij binnenkomst zie ik een potsierlijke babystoel staan en ik adem de vochtrijke huurwoninglucht van 2012 in. Onwillekeurig denk ik aan 2 april 2012 en hoewel het verhaal vaag en onduidelijk is, snijden de details messcherp. Ik zwijg, probeer mijn gedachten in het hier en nu te krijgen. Ik mis de start van het smalltalkfeest en zal de komende uren geen aansluiting meer vinden. Maar zo gaat het steeds weer. Mijn leven speelt zich af in mijn hoofd. 

's Avonds vraag ik aan mijn man of het nodig zou zijn om -nu het rustig is aan het front- de wapens te laten zakken, op adem te komen en de lucht te klaren. Of het nodig is om de korsten wat open te krabben en de wonden te ontsmetten met een woord of een luisterend oor. We weten het antwoord geen van beide te vinden. Ik kan niet ontdekken of het het antwoord is dat er niet is of dat de juiste woorden ontbreken. Ik zeg dat we het al 10 jaar goed doen zo. En daarop laden we onze schouders weer vol. We zullen doen waar we goed in zijn: de dingen aanpakken en doorgaan. 

In de stilte van mijn kamer, uren later, wanneer ik nog alleen ben en de slaap me niet kan vinden, voer ik een heel ander gevecht. Als een gek sluit ik schuifjes en deurtjes in de grillige gangen van mijn brein en worstel ik met gedachten die mijn netvlies niet mogen raken. Het zijn vaak dezelfde woorden die het halen en allemaal dragen ze een minilading schuld met zich mee. Het is ook steeds die ene dag toen april net begonnen was. Ik ben misselijk. De muren die we 10 jaar geleden zijn beginnen opbouwen zijn misschien wel te hoog geworden voor de fundering die we toen overhaast en onvoorbereid hebben gelegd. 

Maar we zijn niet zo een praters, we houden niet van gepalaver en als we toch zouden willen praten moeten we er eerst nog eens een nachtje over wakkerliggen. Ik heb de start van elk mogelijk gesprek alvast op voorhand gemist.


Reacties

Populaire posts