De pannenlap of de ovenwant

Op het moment dat ik de te platgekookte broccoli sta af te gieten in de gootsteen, bedenk ik me dat we zo verschillen. Hij en ik. Ik vraag me af of we dat 14 jaar geleden ook al waren, maar toen veel meer verblind werden door elkaar en het cliché. 

Ik heb de ovenwanten aan. Ik heb altijd de ovenwanten aan. Maar hij heeft een hekel aan ovenwanten en doet alles met de pannenlap. Op mijn beurt snap ik dan weer helemaal niet hoe je ongelukvrij een pot kokend water kan afgieten met 2 stukjes stof die nauwelijks bescherming bieden aan de andere helft van je handen. Maar misschien zijn de meeste mensen wel kundig genoeg om zo'n taakje te volbrengen zonder ongelukken. 

Hij de pannenlappen, ik de ovenwanten. Hij plooit graag sokken, ik gruwel van die taak. Ik heb een hekel aan bestek afwassen, hij vindt dat net het fijnste. Hij de vogelspotter en dierentaxivrijwilliger, ik ben bang van elk dier dat niet het mijne is. Hij de Ardennen, de bossen, het wandelen; ik de zee, het water en zeker niet te veel wandelen. Hij een avondmens, ik een ochtendmens. Hij een scroller, ik een lezer. Hij is de babbelaar, ik ben een nul in small talk. Ik douche graag lang en warm, hij doucht graag kort en bondig. Ik eet 's avonds zoute dingen, hij wil het liefst zoet. Als het onheil ons overvalt, trekt hij graag zijn muren op en wil ik net heel veel praten. En ik heb graag een uigespoelde en uitgewrongen schotelvod, terwijl hij ze na gebruik in de gootsteen keilt. Ik hou van kasten vol boeken, maar hij vindt dat de bib ook wel volstaat. Terwijl ik dan weer niet begrijp hoe hij blijft wikken, wegen en opzoeken voor hij een beslissing neemt. 's Morgens wil ik koffie, hij drinkt melk en ik vraag me af hoe hij dat binnen krijgt. Pizza tegenover pasta, armen boven de lakens versus lekker warm eronder. Katpersoon en hondenmens. Administratieve rondslomp op zich nemen tegenover patatten schillen. Actiefilm of zombies tegenover "Call me by your name" of "Normal people". Amenra versus Purcell. 

We zitten naast elkaar in de zetel en toch kan ik hem niet vinden. De leegte tussen ons heeft een ongekende reikwijdte. Ik zie hem en kan hem aanraken als de mentale barrière van de 2020- en 2021-moeheid me niet zou tegenhouden. Maar hij is er niet, bedenk ik me, terwijl hij weggezogen lijkt in een andere wereld. Eentje achter een klein schermpje met veel te blauw licht. Ik vraag hem niets, gun hem een leven waarin wij niet meteen van tel zijn, waarin de anderen ook de pannenlappen nemen. 

Ooit stak ik mijn ovenwant in brand, dus is het maar de vraag of ik niet beter ook gewoon de pannenlap zou gebruiken, maar ik blijf ook trouw aan mezelf. Ze hebben bovendien dezelfde functie, dus maakt het allemaal niet veel uit. We moeten geen van beide op de blaren zitten. Bovendien zijn we  heel erg onzeker, wil niemand van ons de ober roepen in een restaurant en kunnen we absoluut niet beslissen waar we überhaupt iets zouden gaan eten. We krijgen stress van verre reizen en rijden bij elk tripje samen ergens wel eens verkeerd. Pasta boven aardappelen en soms een gin tonic. En de laatste jaren worden we ook graag met twee opgesloten in een kamer. Al is dat dan liefst niet langer dan 60 minuten. Maar vooral, ik steek de dingen in brand en hij weet ze altijd weer te blussen. En dat mag je best letterlijk lezen. En hoewel hij mijlenver van me vandaan ronddwaalt en waarschijnlijk op zoek is naar datgene dat ik ook nog steeds niet vond, voel ik me veilig. 

Ik vraag hem of hij de aardappelen wil afgieten, trek de schuif open en reik de pannenlappen aan. Laten we maar gewoon onszelf blijven. Dat past. Dat past best goed.

Reacties

Populaire posts