Malsheid in geschriften

Jaren geleden sprak een collega enkele woorden die me nu jaren later nog steeds bijblijven. Sterker nog, die ik meedraag en die me soms overvallen op momenten dat ik ze schijnbaar niet nodig heb, of die ik doelbewust kan oprakelen wanneer ik geloof dat ik ze nodig heb. De woorden waren destijds niet specifiek voor mij bedoeld, maar ik was vast de enige die zich aangesproken voelde. Althans, dat is wat ik er nu van maak want de details rond het waarom en wanneer staan me niet meer helder voor de geest. Ik kan me -buiten de twee woorden die voor altijd in mijn geheugen gegrift staan- ook niet meer herinneren wat ze nu precies zei. Misschien was het zoiets als dit: Kinderen hebben toch vooral nood aan een malse mama. Het kan ook helemaal anders zijn gegaan maar de boodschap was zeker wel dat mama's vooral mals mogen zijn. Wellicht werd het belang van deze woorden voor mij vergroot omdat ik toen net in een niet zo malse periode zat. Door maagproblemen was er veel meer van mijn botten zichtbaar dan enkele maanden daarvoor en bovendien voelde ik me helemaal niet mezelf. 

In het begin gingen de woorden vooral over mijn lichaam en de zachtheid ervan. Het idee van een malse mama te zijn in wiens armen en buik mijn kinderen in zachtheid konden verzinken klonk me utopisch. Maar het spiegelbeeld met insinuaties van een knokig skelet was overtuigender. Ik realiseer me nu dat die malsheid, die me zo aansprak, niet enkel over mijn uitwendige verschijningsvorm ging. Maar dat mijn gedachten zo verstard waren dat ook mijn ik niet mals meer was. Niet voor mezelf, niet voor wie me lief was. 

Misschien kan ik dat mals zijn het best vergelijken met mildheid waar we nu veel over lezen, maar dan met veel meer liefde. Mild zijn is voor collega's, vrienden, de ander. Mals zijn is weggelegd en zorgvuldig bewaard voor wie me zo nauw aan het hart ligt en voor mezelf. Ik kijk in de spiegel en ik zie een malse mama. Schijnbaar weinig skelet onder al die zachtheid maar wanneer mijn dochter op de zachte kussens rond mijn benige heupen rust, vinden we dat beiden helemaal niet erg. 

Wat mals is, is buigzaam. Wat mals is, heeft de kracht om terug te veren. Veerkracht, misschien wel een van de mooiste woorden in onze taal. Wat hard is, is breekbaar. Wat knokig is, knakt en veert niet terug naar oorspronkelijke vorm. Zelfs na herstel blijf je een klein litteken zien. Wat buigt, herstelt zich, zonder spoor van de krachten die het moest doorstaan.

Mijn zoon vleit zijn hoofd op mijn malse buik en ik voel de harde, starre gedachten die ik dagelijks meezeul langzaam in mijn hoofd vloeibaar worden. Buigzaam. Vandaag gaan we niet breken, denk ik. Ik kijk naar mijn malse man, mijn kinderen, mijn mals gezin en ik zie het plots helder. 

Laat de wereld buiten maar botsen en kraken. Laat de realiteit maar knijpen en stampen. Laat het leven maar schuren. Ik ben tenslotte een malse mama. 

Reacties

Populaire posts