De existentiële opgever

Ik ben een opgever. Voila, ik heb het gezegd. Ik ben echt een opgever. Volhouden, doorzetten, doorbijten, uw tanden erin zetten, ik ken er niks van. Studies, hobby's, diëten. Ja, ik geef er ooit de brui aan. Maar ook voornemens moeten eraan geloven. Het voornemen om wat meer te sporten, het voornemen om content te zijn met het lijf dat de levensstijl die ik het liefste volg me geeft, het voornemen om niet op te geven. Alles sneuvelt op het slagveld van mijn wantrouwig en twijfelende brein. 

Hoewel de herinnering eraan me 's nachts vaak overvalt als een satanische vuistgreep rond mijn middenrif, voelt de opgave zelf meestal als een opluchting. Aan jezelf toegeven dat de keuze die je maakte eigenlijk niet bij je past, dat je geen talent hebt of dat deze activiteit echt niet zo hoog op het prioriteitenlijstje mocht staan, kan een verademing zijn. Het heerlijke gevoel wanneer er niks meer moet en niemand nog op je zit te wachten. De verlossing wanneer je uw lijf terug in het doorzeten zitvlak van de je zetel kan laten zakken. Een zitvlak dat na al die uren zo perfect aansluit op de vorm van je derrière zodat het niet-geoefende oog niet langer kan onderscheiden waar mens eindigt en sofa begint. Opgeven is loslaten. Opgeven is toegeven aan uw menselijke natuur: lui zijn. 

Onze dochter is een winnend lot uit een trekking, een Win-for-life-biljetje en hoewel we ze ongewild Destiny genoemd hebben (Ja, we schamen ons een beetje.), is ze een prachtig kind. Maar ze is ook heel lui. Dat ligt niet aan onze opvoeding, of misschien toch wel, maar het ligt vooral aan onze genen. We fietsen niet graag ver, we reizen niet graag, we ruimen niet graag veel op, we sporten nog minder graag, we rijden niet graag uren rond, we kiezen niet graag. Schors en ik, in de zetel met iets lekker tussen ons en ik met een boek.

Niks zo ontspannend als met je hoofd in de fictionele realiteit van een boek te leven. Je zit midden in de levens van wie je leest, maar verder wordt er niets van je verwacht. Er is niemand die je ter verantwoording kan roepen, want je hebt er geen verantwoordelijkheden. Er zijn geen beslissingen te nemen die een vloedgolf aan gevolgen veroorzaken en jouw leven en dat van de ander beïnvloedt. Sla je 's avonds het boek dicht, moet dat niet gemeld worden en fluit niemand je terug. 

In de realiteit buiten het boek moet er veel en wordt er meer van ons verwacht. Dat we graag veel praten bijvoorbeeld. Maar ik praat met niemand graag veel die niet mijn moeder of mijn man is. Dat we graag knuffelen, maar ik knuffel met niemand die niet mijn man of mijn kind is. Maar ook dat we voornemens hebben en dat we die zeker niet volhouden, dat we graag reizen en liefst zo ver en avontuurlijk mogelijk, en dat we voltijds werken en ook nog een kind of 3 grootbrengen in veel te weinig tijd. Dat laatste kunnen wij trouwens wel als de beste. En wat we dan als summum zeker van elkaar verwachten, is dat we doorzetters zijn. Succesvolle zaken- of sportmensen, ambitieus gezinshoofd, zelfstandige, eeuwig bijscholende bediende, avonturier, uitvinder, hobbyist, doorbijter. Wel nu, ik pleit wat meer voor de opgave. Voor de verlossing van wat moet en voor de verzuchting in een afgezeten bankstel.

Er zijn ook momenten dat de opgave me de borst indruk en zwaar als een kosmische steen op mijn geweten duwt. Vandaag gaf ik een mens op. Een nieuwe teleurstelling in het land dat zoveel beter moest worden dan het zijne. En hoewel ik me oprecht kan troosten met het gegeven dat het dit keer niet uit luiheid voortkwam, blijft het idee dat het misschien wel door mijn onbekwaamheid of door mijn eigen grenzen aan mijn mogelijkheden komt, me achtervolgen. Soms voelt opgeven wel als falen. Al is het uiteindelijk vooral toegeven dat je ook maar mens bent en daardoor meteen de mens in de andere erkennen. 

Vandaag zijn we mens, laat ik dàt nu maar niet opgeven.

Reacties

Populaire posts