Eiland


Er is zelden een goed begin. Zoals een mensenleven vooralsnog start met pijn - al dan niet gekneld in een te klein kanaal of omstrengeld door - oh ironie - een levensader. Het is niet meteen wat we ons voorstellen bij een vredige, mooie en krachtige start. Een mensenleven start in oververmoeidheid en op het einde leggen we ons weer - vermoeid - te rusten. 
Er is bovendien niets zo moeilijk als de eerste zin van een boek, een novelle, een literair prozastuk, een gedicht en bij uitbreiding elk stuk geschreven tekst te verzinnen. Zelfs een kattebelletje staat of valt bij de eerste (enige) zin. Wie niet voorbij die eerste zin komt, blijft vastzitten in zijn eigen hoofd. Ik zit bijna elke dag vast in mijn hoofd. Ik ben een overdenker, heb elk rampscenario al voorzien nog voor het meestal niet gebeurt. Maar krijg maar eens een veelheid aan gedachten netjes op een whiteboard of in een tekstballon, je weet gewoon niet hoe te beginnen. 

Ergens op het voorgeschreven pad van mijn leven kwam ik in conflict. Met mezelf en met wie dicht bij me stond. We weten allemaal dat zo'n conflict niet meer is dan het onvermogen om met elkaar op een heldere manier te communiceren omdat op het cruciale moment de ratio het moet afleggen tegenover het hart, de emoties. Ik ben een rationele overdenker, maar tegelijk ook emotioneel impulsief. Ik voel dus ik spreek. Helaas is wat je werkelijk krijgt uitgedrukt niet datgene dat je wil zeggen, dat echt speelt, dat je bedoelt. Het is lastig een taal te geven aan het hart. Taal is ratio. We zijn dus nooit in staat om uit te drukken wat ons hart probeert te roepen. Bovendien is luisteren zo mogelijk nog moeilijker. Want de boodschap is in essentie al niet meer de juiste op het moment dat ze wordt uitgesproken. De kunst van het tussen de regels luisteren, de kunde van het kijkend luisteren, het is me niet gegeven. Jaren geleden, in de stoffige woonkamer, had ik zo graag geroepen dat ik ze niet begreep en dat ik me niet verstaanbaar kon maken. Ik had de hele zaak willen kapot relativeren, maar de impulsieve emospreker sprak een taal om te verstillen, schreef woorden om te verbranden. Ik herinner me de gloeiende bal in het diepste van mijn buik. Een barstenvolle, hete brij vol woorden die gezegd moesten worden maar geen uitweg zagen, een brandende frustratie. Ik voelde dat ik wie voor mij zat niet begreep, maar ik kreeg zelfs dát niet helder verwoord. Het werd alleszins door de overkant niet zo gehoord. Het branden bleef, nu jaren later zijn er tussen de uitgedoofde assen nog wat restletters te sprokkelen voor wie wil zoeken. 

Ik sta aan de oever van een wilde rivier en zie je in de verte je eigen pad bewandelen. Zo gaat dat als je onbegrepen blijft. Je zwaait kort, maar het is geen uitgestoken hand. Het woelige water tussen ons in lijkt te gevaarlijk. Er wordt geen brug gebouwd. Dat is voor wie zich in het water werpt, met het risico om het veilig opgebouwde en zo gekende leven te verliezen. Dat is voor wie een nat pak en een geut slootwater verwacht. Ik ben die zwemmer niet. Eindeloos lang sta ik aan de oever en duik ik niet. Het is de angst voor de woorden die me aan de overkant zullen overvallen en die nietszeggend en zinloos kunnen zijn. Het is hopen dat zwijgen beter is dan de foute tekst opnieuw oprakelen, het vuur terug aanwakkeren. Ik ben nooit de zwemmer. Wanneer ik rond me kijk, zie ik enkel oevers. Aan de overkant de anderen, we zwaaien kort maar ik zwijg. Daar heb ik sowieso al genoeg mee gezegd. Ik waag de sprong niet. Hier, aan mijn oever zijn de woorden nog van mij, kan ik niemand raken en wat me in een vlaag van beroering ontsnapt, wordt nooit gehoord. 

Het leven is een eiland.


Reacties

Populaire posts