Geduld

Het is iets dat algemeen geweten is. Geduld komt in porties. Misschien worden we allemaal geboren met een bruto gewicht aan geduld en worden we uitbetaald in schijven. Want wie in het nettoleven alles bij de eerste ademteug verspeelt, wacht nog louter een leven vol irritatie, getoeter en middelvingers. 

Ik sta voor de klas en probeer de verlichting in de mistige hoofden van mijn publiek te laten gebeuren. We praten over emoties en ik beperk me tot blij, bang, boos en triest. Alle andere emoties bevinden zich tenslotte ergens op het spectrum en komen in de grande finale van het moment samen in één van die vier eerste. Op het bord vier opzichtige gezichten met robuuste trekken. Vierhoekige wenkbrauwen in standje boos, triest of bang. Grote, angstige ogen of glimlachende kijkertjes. De uitvergroting zou duidelijkheid kunnen brengen, maar de ogen van mijn publiek blijven donker. Ik vraag om na te maken wat ze zien en iemand geeft het gezicht voor hem 4 ogen en geen wenkbrauwen. Ik tel geduldig het aantal ogen op mijn gezicht en op zijn gezicht en toon mijn eigen robuuste wenkbrauwen. Geen reactie. Zijn buur tekent een innieminnie klein gezichtje op een schreeuwerig wit blad. Ik doe de suggestie om het hoofd groter te maken en teken een grote vorm op zijn blad, maar de man blijft bij klein. Het resultaat is een obsceen opgeblazen hoofd met in het midden een petieterig gezichtje. Ik kan er mee leven en ga door. 

We oefenen een halve les op de dagen van de week en zetten samen de datum op het bord. Het duurt lang, maar het is oké. We hebben het goed en misschien leren ze iets. Het is nu lesuur 130 ofzo en ik denk dat het ooit blijft plakken in de dikke mist. Op het einde maak ik de fout ze allemaal de datum te laten herhalen en iemand zegt 'maart 7 maandag 2010' en ik herhaal lachend samen met hem de juiste datum. Morgen even opnieuw herhalen, denk ik.

Het is ondertussen 17:30 uur en ik pel de huid van mijn gezicht terwijl mijn zoon even "vergeet" hoeveel 1x8 of 10-7 is. Ik trek dwangmatig aan mijn haren wanneer ik wéér moet vragen om de deur van de berging te sluiten en ik bulder een psychotische lach wanneer ik de 200e Pokémon-kaart onder mijn neus geduwd krijg en moet kijken of het V- of een V-maxkaart is. 's  Avonds lig ik in foetushouding in bed en probeer ik niet te ademen. De onderbroek van kind 1 ging 10 seconden trager uit dan gisteren, kind 2 moest te lang plassen en kind 3 vergat nogmaals haar knuffels beneden. Ik neem me voor de portie geduld die me de volgende dag op mijn bord wordt geschept wat beter te verdelen. Misschien wat minder op het werk en wat meer bewaren voor thuis. 

Het is dinsdag en ik sta weer voor de klas de dagen van de week op te dreunen en te zingen, en 's avonds ruk ik mijn verse opperhuid terug van mijn gezicht bij het huiswerk van mijn zoon. Maar morgen is er weer dag, morgen is er altijd weer een dag. En als het verdelen me blijft mislukken, dan zijn er altijd nog middelvingers en veel getoeter.

Reacties

Populaire posts