Humor


Enkele maanden geleden vond ik een gouden ticket en verschafte het me rechtstreeks toegang tot een besloten ruimte waarin ik samen met 9 anderen als verblinde tienerfans naar een schrijfster mochten kijken. En ook luisteren, dat ook. Ze deelde ons in een haast geheime overeenkomst enkele succesingrediënten mee van een goed schrijver. Ze beëindigde het lijstje, dat ondertussen in de vergetelheid is geraakt ergens in de krochten van mijn memorie, met humor. Stip op 1, heel belangrijk: een schrijver moet ergens iets humoristisch in zich meedragen en een goed boek is - hoe droefgeestig ook - altijd ergens wel grappig. Of leutig. Maar dat laatste klinkt voor mij meer als de leutige nonkel die vier uur voor het schemer al verhuld bestraffend wordt toegesproken door zijn minachtende vrouw omwille van zijn te enthousiaste drankgebruik. Ze spreekt het woord 'humor' uit en ik kan nog net zien hoe mijn stoffige droom in gruis vergaat en wegvliegt naar de onbereikbaarheid. Alle hoop vervlogen voor deze verdroogde kruimel die ik ben. Want, o ja, ik had het graag in me gehad een schrijver te worden.

Ik verzet me moedwillig tegen haar uitspraken en bedenk me dat ik bij het lezen van haar boeken ook niet meteen uitbundig zat te schuddebuiken van het lachen; nee, ik kon me zelfs geen knorrende grinnik voor de geest halen. Maar uiteindelijk moet ik toegeven dat ik heus wel begrijp waar ze op doelt. Lachen doet lezen, lachen doet leven. De humoristische, sarcastische en licht cynische pen wordt het best gesmaakt en heeft het grootste publiek. We leven immers allemaal in deze dystopische wereld, waarin we ons voortsleuren van bed naar dood, terwijl we tussen die twee ergens nog doen alsof we het vacuüm van tijd en ruimte zinvol kunnen opvullen. Niemand die zit te wachten op de zwartgallige gedachten van iemand die zich schrijver zou willen noemen. Nee, na het werken en het leven willen we net ontsnappen. Ontsnappen in een blauw scherm, een boek, of in de woorden van iemand die er best om kan lachen of net helemaal niet, maar dat wel héél grappig kan omschrijven. Ik kan dat niet. Ik kan geen humor neerschrijven. Ik kan dus ook geen lezers lokken, en bedenk me dat ik er geen ben en dus ook nooit een kan worden: een schrijver. Schrijver zijn veronderstelt dat wat je schrijft ook gelezen wordt. Heb je geen lezers, dan heb je misschien wel iets geschreven, maar kan je nooit een schrijver zijn. Het is zoals met die filosofische boom die in een filosofisch bos de filosofische grond raakt, terwijl niemand het hoort. Dan zou die filosofische boom filosofisch gezien geen geluid gemaakt hebben. Zo is het maar net met de schrijver.

Ik ben dus geen schrijver, want ik kan geen humor schrijven. Schrijven gaat me het vlotste wanneer ik weer eens in een duistere of melancholische stemming radeloos door het raam en naar de toekomst zit te staren. Dan schrijf ik misschien wel om te ontsnappen, zoals de rest van ons ergens gaat gniffelen om een of ander humoristisch plaatje. Natuurlijk heb je ook boeken die ondanks of misschien net dankzij hun duistere zwartgalligheid echte klassiekers zijn geworden, zoals Moeder, waarom leven wij? van Lode Zielens. Ik noem er maar eentje. Maar wie hier mee wegkomt, moet natuurlijk wel echt een uitzonderlijk talent bezitten. 

Misschien moet ik maar eens een stukje schrijven over mijn werk, denk ik, over hoe ik mijn cursisten onbedoeld leerde telefoneren naar een courtisane in plaats van naar een dokter. Of over hoe ik iemand leerde Ik heb bouillon te scanderen en in militaire pas door de plaatselijke supermarkt te trekken. Maar uiteindelijk besef ik dat echt geen schrijver ben en dat ik die ook niet meteen wil zijn. Ik schrijf misschien toch vooral alleen voor mezelf. 

Reacties

Populaire posts