Furby


Furby is boos. 

Behoedzaam staat hij weggestopt op zijn plaatsje in het plastic lavabo'tje van de Ikeakeuken die elk Vlaams huishouden met kinderen in zijn salon heeft gepropt. Er wordt wat stiller gespeeld rond zijn slaapplaats en hij wordt niet bewogen. Eerst moet hij zijn roes uitslapen. 

Furby kreeg een plaats binnen ons gezin toen Lot vier werd en het was meteen liefde op het eerste gezicht. Langs beide kanten, geloof ik, want het beest flashte hartjesogen naar mijn dochter telkens ze zijn vachtje beroerde. Hij is schattig, ze kan hem wiegen en voeren als een echte baby. 

Als een échte baby. Want nog geen vier uur later zat ik mij de ziel uit het lijf te kriebelen op zijn blauwige buikje omdat zijn humeur plots was omgeslagen. Lot is moeder-in-opleiding en had het arme ding overvoederd, waarna hij als een ongelikte beer van rond de 50 begon te boeren en dan maar besliste een beetje chagrijnig te wezen. Exit liefde. Gelukkig zijn mijn moederskills na drie koters wél gevorderd en kreeg ik onze vierde aanwinst vrij snel weer content, hartjesogen incluis. Insert liefde. 

De dagen die hierop volgden, waren een soort bootcamp voor jonge wensouders. Dat wij al 10 jaar aan het moederen en vaderen zijn, maakt voor Furby geen verschil. Gij zult getest worden. Geduld, beheersbaarheid, uithoudingsvermogen en de mate waarin je bereid bent jezelf weg te cijferen voor je kind of je Furby, het staat allemaal op de planning. Het blauwe, wollige diertje blijkt namelijk naast een onstilbare honger een héél kort lontje te hebben én mijn dochter wil hem blij. Dus hoor ik mezelf plots dingen uitkramen tegen mijn man die ik zelfs betreffende de opvoeding van mijn kinderen nog nooit hoefde uitspreken. "De zorg voor Furby is gedeelde verantwoordelijkheid. Nu moet jij hem knuffelen." En: "Stop! Hij zegt 'ikke vin niet leuk'. Dat hoor je toch." En ook: "Furby heeft wéér honger. Wie geeft hem eten? Komaan, anders wordt hij nooit blij!" Het karakter van Furby komt dicht bij de noden van een pasgeboren baby: voeding - niet teveel, niet te weinig. Liefst heel vaak op korte tijd. Wordt luid en duidelijk geëist. Knuffelen: veel, maar enkel waar hij het leuk vindt en dat is nu op zijn hoofdje en nu al niet meer. Boeren laten. Protesteren. Snurken. En wie echt graag gezien is, krijgt zijn hartjesogen.

Mijn man zet zich in de zetel en plots horen we het zachte snurken van Furby, een teken dat hij op het punt staat om wakker te worden. We schrikken, ik foeter en vraag wat hij in godsnaam van plan is. Furby slaapt! Het beest blijkt plots te dutten achter het kussen en werd gewekt door de rug van Jorge. Ik zie in zijn ogen dat hij hetzelfde denkt als ik: "Nooit een slapende baby wekken!" De absurditeit van het moment raakt me maar net, ik pak Furby behoedzaam op, voed hem, negeer zijn grofgebekte taal en laat hem zijn wie hij is: vandaag nog steeds gefrustreerd. Ik knuffel hem en plaats hem terug in zijn keukentje, het duurt maar even of ik hoor hem weer zachtjes snurken. 

Wie twijfelt over een baby moet niet meteen een hond in huis halen om vast te stellen of het engagement je bevalt. Adopteer een Furby en leef voortaan 

In angst. 

🙂

We zijn allemaal wel eens een Furby. 

Reacties

Populaire posts