Voornemens
Mijn zoontje ligt in de zetel terwijl zilte tranen geluidloos over zijn wangen bingelen. Vandaag is het verdriet echt. Het zwarte duister dat schijnbaar voor hem ligt, is nog wat donkerder nu hij drie dagen in het licht heeft geleefd, tussen kinderen met wie het klikte en voor wie alles veel minder complex was dan het in het hoofd van zijn broer. Zijn papa en ik zeggen loze zinnen om hem te troosten. We zullen en we moeten en we gaan. En dan nog iets met herhalen of opnieuw deelnemen. Het is een voornemen zoals er zoveel gemaakt worden in januari. Het uitdoven ervan ligt in het uitspreken al vervat.
Enkele dagen eerder zitten we in groep ergens op een heuvel in een vervallen wereld tussen te renoveren muren. Nieuwjaar vieren in een oud kasteel. Iemand zegt tegen mijn man dat hij welkom is en dat het gemeend is. Ik zou hen willen bijtreden, een extra duwtje geven. Maar nog voor de woorden zijn verdampt, geloven we er al niet meer in. Ik voel me piepklein en tegelijk neem ik zoveel ruimte in dat ik me voortdurend wil verontschuldigen. Mijn dochter lijkt nog kleiner, maar ik merk dat het leven in haar hoofd veel te groot is en haar dreigt te verzwelgen. Ik kijk naar mijn zoon en zie dat hij dartelt. Tussen al die kinderen die echt kind kunnen zijn. Het lijkt zo nieuw voor ons. Ik voel dat mijn man weer 'nee' gaat zeggen, zoals ik zo vaak zelf ook doe en ik vraag me af wanneer het leven zo genadeloos is geweest waardoor we gestopt zijn te geloven. In de toekomst, in de eerlijkheid maar vooral in onszelf. Ik vraag me af waarom we zo goed kunnen vechten voor wat onze kinderen waard zijn, maar voor onszelf een plaats onder aan de ladder voorzien.
Ik zit tussen mensen die zeggen dat ze blij zijn dat we er zijn en ik weet niet wat ik moet zeggen. Misschien nog eens sorry of helemaal niks. Misschien is er zijn ook oké vandaag, misschien weet ik helemaal niets dat gehoord moet worden, misschien ben ik nog minder. Maar we zijn er wel en de dagen zijn mild en we leven. We wandelen, we moederen, we zitten en geloven niet, maar op het einde lijkt het op genieten. Mijn dochter komt een beetje losser en ik vier zachtjes de overwinning, mijn zoon straalt en kan eindelijk een echt kind zijn. Het is zelfs mogelijk dat mijn man eens misschien gaat zeggen. We rijden naar huis met de overmoed in onze schoenen en voornemens over herhalen en misschien en opnieuw deelnemen. Het is licht onderweg en ik vraag me af waarom ik dacht dat het leven zo genadeloos was.
We trekken de voordeur dicht en sluiten het chaotische buiten zonder omwegen weer buiten. Binnen is het leven zoals voorheen, ik vind mijn oude zelf tussen de boeken, in de kromming van de zetelkussens en verspreid tussen de beslommeringen van het dagelijks leven. Er liggen nog evenveel vraagtekens te wachten als bij ons vertrek. Er hangt twijfel in de lucht. Mijn zoontje ligt huilend in de zetel en we maken loze beloftes over deelnemen en herhalen, maar we kunnen het niet geloven. Ik doe geen voornemens, maar ik heb dit jaar wel wensen. Voor de wereld een geweten, voor mijn gezin net het tegenovergestelde.
Minder weten, meer geloven, minder denken, meer leven.



Reacties