Wachten
Het is een druilerige dag, maar nu de schemering valt, valt de neerslachtigheid in de tuin me minder op. Ik probeer opgelucht adem te halen, maar er zit regen achter mijn ogen. Mijn zoon begint aan zijn twintigste rondje rond de keukentafel. Hij is schijnbaar vrolijk - voor een keer - maar de voorbije maanden hebben me geleerd dat de schijn altijd bedriegt en dat achter aangeleerde vrolijkheid het zwarte masker van de angst schuilt.
Ik heb een hele dag gewacht. Eigenlijk wachten we hier al maanden. Als we helemaal teruggaan naar de kern van alles, wachten we zelfs al jaren. Op betere tijden. Een collega vertelde me onlangs dat ze bij me een totaal verlies aan hoop erkende, ik moet me niet afvragen hoe dat komt. We wachten hier al lang, op geluk en rust in het hoofd van mijn oudste zoon die we zo graag zien. Maar vandaag heb ik gewacht op een telefoon. Misschien was het voor ons wel het telefoontje met dat laatste sprankeltje hoop. Morgen zullen ze vast wel bellen. Maar dat kunnen we nu niet meer geloven.
Enkele dagen voor vandaag zaten we samen in een koude consultatieruimte. Na maandenlang trekken aan een reeds verduurde rek, durfden we eindelijk toegeven dat een dieptepunt werd bereikt. We zijn moe. We proberen in 1 uur zoveel mogelijk van onze wanhoop op tafel te gooien, verpakt in feiten. We spreken over de insijpelende waanzin, de obsessies, de angsten en de doodsgedachten en we zeggen nog maar eens hoe moe we zijn. Er ligt een gapende leegte van hopeloosheid voor ons op de tafel in de consultatieruimte. Maar de uitkomst is hetzelfde, zal de hele tijd hetzelfde zijn: Acute crisis? 1 maand op de wachtlijst. Chronische crisis? 1 jaar op de wachtlijst. De uitkomst is wat ze de hele tijd al is: wachten.
Vandaag doe ik het weer: wachten. Wachten op beloofde adviezen, wachten op het intekenen op die verdoemde wachtlijst, wachten op een toekomst voor die zoon van ons die we zo graag zien. Vandaag is voor ons de uitkomst weer wat het voor zovelen is: een totaal gebrek aan hoop.
Het is niet het eigen lijden dat onnoemelijk pijnlijk is, maar het is het onvermogen om het lijden van je kind weg te nemen. Waar gaat het mis in deze maatschappij dat wij ons kind niet meer kunnen helpen omdat voor hem nog een hele rij hulpzoekers staat te wachten?
Het is crisis hier, in zijn hoofd en in ons hart. En we doen wat we kunnen: wachten.
Het is altijd maar weer niet meer dan hopeloos wachten.


Reacties