De trein

Buiten lijkt het leven aan een hels tempo voorbij te scheren terwijl we hier binnen, achter onze verzwaarde deuren, vastzitten in de traagheid van een eindeloze tijd en ruimte, wachtend op de beloning aan het einde van deze beproeving: niets. 

Er zoeft een trein voorbij. Ik zie hem gaan tussen de tralies van mijn natte wimpers door. Ik meen enkele vrienden te herkennen, zie collega's in de eerste klascoupé en in de laatste wagon vang ik een glimp op van wat had kunnen zijn. We doen met ons vijven onze uiterste best, sprinten zo hard we kunnen, moedigen aan, roepen elkaar toe, sleuren aan armen en duwen in ruggen, maar ook deze keer moeten we het gevaarte laten gaan. We zijn vandaag maar zo sterk als onze zwakste schakel. 

Terug binnen achter de donkere muren poetsen we de winter buiten en de lente binnen. Het is van schrobben en schuren en rommelen en opblinken, maar overal waar we kijken blijft het stof zich ophopen en ligt de vuile was in hopen voor onze voeten. Ik zie de vale waas van angst en neerslachtigheid die de ramen beslaagt, en weet na enkele dagen niet meer of het toch niet mijn ogen zijn die beslagen zijn met moedeloosheid. Als de avond valt, is het rond ons huis net nog wat donkerder dan hiernaast. 

's Morgens in alle vroegte hoor ik die trein weer en weet ik nog voor we onze moed konden verzamelen dat we hem alweer gemist hebben. Tussen de stofwolken onder het bed scharrel ik de goesting, de vastberadenheid en de moed bijeen en laad ze op mijn schouders. Ik voel me licht. Misschien schijnt vandaag de zon ook in onze tuin. 

Het blijkt een dag zoals een andere. We plannen, we ploeteren, we piekeren, we doen en we falen. Het is nog maar kort na de middag wanneer ik voel dat het gewicht op mijn schouders bijna ondraaglijk wordt. De goesting ligt verbrokkeld aan mijn voeten, de moed ligt me zwaar in mijn schoenen en vastberadenheid vervliegt als een vluchtig gas, of als een aswolk van een goed voornemen. Wanhoop drukt me diep de aarde in, maakt mijn benen loodzwaar en duwt mijn borstkas tot tegen mijn ruggegraat. En ik weet: de avondtrein zullen we straks weer moeten laten gaan, want vandaag zal ik de zwakste schakel zijn. 

Buiten scheert het leven in een hels tempo voorbij, maar wij blijven hier nog even binnen. Achter die hele zware deuren, turend door de tranentralies, wachtend op de beloning aan het einde van de rit: niets. 

Al een hele tijd worstelt mijn oudste zoon met psychische moeilijkheden. De laatste maanden zitten we in een dieptepunt, maar na lang wachten, hebben we nu gelukkig gepaste hulp gevonden. Dat maakt de weg helaas niet minder zwaar. 

Reacties

Populaire posts