Auti-papieren
We zijn alleen in dit huis dat de realiteit heet, mijn man en ik. We zouden zo graag de ramen willen opengooien en willen roepen. Roepen hoe moeilijk het kan zijn, hoe wazig de toekomst die voor ons ligt. We zouden zo graag willen vertellen hoe onze zoon in elkaar zit, maar we weten het amper zelf. We zouden zo graag verbinding zoeken en uit dat isolement stappen. Maar aan de andere kant van dit huis worstelt iedereen. En niemand heeft een A4'tje. We klampen ons vast aan de papieren in ons huis. De dag is neergeschreven. Het spreken is opgeschreven. Het verzorgen staat genoteerd. Vandaag ligt vast, zwart op wit, als het auti-brein van mijn zoon. We zijn alleen, er staan geen andere namen opgeschreven, in dit huis. We zijn hier, alleen.
We zijn alleen in dit huis dat de bureaucratie heet, mijn man en ik. Het water staat ons aan de lippen, ik houd krampachtig het hoofd van mijn man boven water, terwijl hij hetzelfde doet met het mijne. Voor ons ligt een berg papieren. Iemand heeft beslist dat verdrinken niet genoeg is om hulp te krijgen. Je moet neerschrijven dat je aan het verdrinken bent. We hebben al zoveel geschreven, met natte inkt van tranen en van de onmetelijke diepte van de toekomst onder ons maar aan de oever worden we amper geloofd. Voor de zoveelste keer zullen we schrijven dat we moedeloos zijn. Voor de zoveelste keer zullen we schrijven wat we niet willen schrijven. Het lijden moet op een A4'tje. We zijn hier, aan de voet van de eindeloze papierberg, in dit huis. We zullen schrijven, alleen.
We zijn alleen in dit huis dat thuis heet, mijn man en ik. Mijn man heeft een jaloersmakend talent om de schouders hoog te houden, de mijne zijn al lang diep gaan doorhangen. Ik zie hem doorgaan, ik zie hem papieren verzamelen en bijhouden, ik zie hem ordenen, lezen, betalen, indienen. Mijn man is de lijm tussen de papieren van deze thuis. Ik geef enkel door, stuur e-mailtjes met A4'tjes die hij zal lezen. Er is weinig dat ik mezelf zie doen, maar ik pak mijn pen en ik blijf schrijven. Hij zal lezen en ik zal schrijven. We zijn alleen in dit verhaal dat autisme heet, mijn man en ik. Maar hij zal blijven lezen en ik zal blijven schrijven. We zijn hier, tussen de papieren, alleen.





Reacties