Mfc
Nu hij voor de vierde keer in het weekend niet in ons huis woont, overvalt het me. De koude die meekomt met de lege armen. Ik mis mijn kind. Ik mis het bemoederen van mijn kind, ik mis het dragen van de verantwoordelijkheid voor het welzijn van mijn zoon, ik mis het moederen, ik mis het moeder zijn. Hoewel het me meermaals trachtte te versmachten, hoewel het mijn schouders tot in de diepe, natte aarde wist te duwen. Hoewel het mijn hoofd wist te vullen met schreeuwen van wanhoop, hoewel het me zo vaak verlamde. Maar nu hij hier niet is en bed en stoel en armen leeg blijven, is het een gemis dat aan me vreet. Ik wil zijn moeder zijn. Er klinken woorden van zelfbedachte troost, alsof we iets goed te spreken hebben. Alsof we ons toch nog moeten verantwoorden, na al het wikken en wegen dat we deden. We zeggen dat het zijn wereld vergroot, dat we kansen geven die hij hier nooit zal krijgen. En ik meen het, ik meen het. Maar als de eenzaamheid van de slaapkamer me in zijn greep krijgt, voel ik me een waardeloze moeder. Niet alleen mijn armen lijken leeg, maar ook mijn wilskracht, mijn liefde, mijn moeder-zijn. In het duister dreunt de stilte als een mantra onder mijn schedel: ik mis mijn kind, ik mis mijn kind. Ik ben alleen. Niemand anders is zijn moeder, niemand anders krijgt van hem de naam die ik draag. Ik ben alleen, ik mis alleen. Ook dit is moeder-zijn, voor mij. Het kind dat ooit zo dicht bij me was, wegbrengen naar vreemde huizen. Voor hem, voor mij, voor de toekomst, voor de liefde. Maar in mijn lijf klopt mijn hart voortaan een beetje anders. In het weekend, en op al die andere dagen waarin de komst van zaterdag en zondag al wezenlijk wordt aangekondigd. Steeds die vier dezelfde slagen, altijd die identieke hartenklop.
Ik. Mis. Mijn. Kind.


Reacties