Gejaagdheid.
Al even wandel ik in het bos, maar ik kan de rust niet vinden. Als een schaduw volgt de gejaagdheid elke pas. Ik stuur een berichtje naar mijn man en zeg dat ik er niet van kan genieten. Met elke stap die ik zet, lijkt het schuldgevoel te groeien. Waarom ben ik in het midden van de dag in de natuur, terwijl er thuis altijd werk ligt te wachten? Hij stuurt me terug dat ik moet uitkijken naar een raaf en op dat moment besef ik dat ik al drie kilometer naar de grond kijk en loop te piekeren. Er staat te weinig wind om al die gedachten weg te waaien en ze blijven zoemen onder mijn pan. Ik denk aan de vrouw die op instagram zei dat piekeren ook maar een vorm is van fantaseren, maar dan in het donker. Ik probeer me een lichte toekomst bijeen te piekeren, maar alles is zo duister. Mijn man merkt 's avonds op dat hij deze winter ervaart hoe de lampen in ons huis niet genoeg licht meer geven. Ik merk het ook, maar diep in mijn buik woelt het. Misschien is er vandaag geen licht fel genoeg om het deken van donker dat over dit huis hangt op te plooien. Na zeven kilometer wordt het rustiger in mijn hoofd. Ik realiseer me dat ik op deze donkere donderdag nog geen angst heb gevoeld. Misschien helpt het wel om voor jezelf te zorgen. Ik vertraag bewust, pak het lekkers als ik er zin in heb, probeer niet te veel te moeten. De voorbije jaren waren hier niet al te mild; het zaait onrust voor de toekomst. Want wat als we het beste al wel gehad hebben? Ik trek mijn wandelschoenen uit, dek de bedden op, zet de afwas weg en laad de wasmachine uit en weer in. Het schuldgevoel schud ik zo alvast van me af. Vanavond ga ik me geen lichte toekomst piekeren, noch wil ik rusten in het verdriet van wat in 2024 en 2025 was. Mijn dochter knutselt en ik kijk en voor even -in het hier en het nu- valt alles in de plooi.



Reacties